Soms valt er iets van een vrachtwagen, soms van een fiets. Als je pech hebt verlies je iets, als je geluk hebt vind je iets. Vorige week had ik geluk en vond ik iets wat van een fiets was gevallen: een Garmin navigatiesysteem van het nieuwste type. Het was tijdens een boswandeling met mijn vrouw ergens in de provincie Barcelona, waar ik ben opgegroeid. Dus als je laatst zo'n ding verloren bent ergens in dit gebied mag je je melden. Tja, plots valt je oog op iets langs het bospad, raapt het op en dan zie je dat je een nagelnieuwe Garmin in je handen hebt. Met de folie nog op het scherm. Wat doe je dan? Laten liggen voor als de eerlijke verliezer weer langskomt? Dat leek mij niet zo'n goed idee. Wij hebben de vondst gemeld bij het bezoekerscentrum vlakbij de vindplaats. Ik heb het apparaat doorgevlooid op zoek naar gegevens van de verliezer. Ik weet nu wel zijn geslacht, lengte, gewicht en leeftijd maar niet zijn telefoonnummer of adres. Ook de gereden routes bieden geen aanknopingspunt: die gaan allemaal van de ene plaats in het bos naar een andere plaats in het bos. Registratie van het toestel op de Garmin site leverde ook geen 'conflict' op. Het toestel was nog niet geregistreerd. Tja, wat kun je nog meer doen om de eigenaar terug te vinden? Ik heb vruchteloos gegoogled op alle termen die ik kon verzinnen. Ik snap ook eigenlijk niet hoe je zo'n ding van je fietsstuur verliest zonder het snel door te hebben maar hoop nu maar vanuit dat degene die het apparaat verloren is de aankoop betaald heeft met zijn creditcard zoals in Spanje heel gebruikelijk is. Bij de meeste creditcardmaatschappijen zijn aankopen drie maanden tot een half jaar na aankoop vanzelf verzekerd tegen diefstal of verlies.
Hoewel ik het apparaat nog steeds niet als mijn eigen beschouw, het is in elk geval in goede handen gekomen...
De (weers)omstandigheden moeten wel erg slecht zijn wil ik ervoor kiezen om op een werkdag de fiets te laten staan. Het hele jaar 2014 is dit niet voorgekomen. De dagen dat ik mijn woon-werkrit niet met de Quest heb afgelegd zijn op de vingers van twee handen te tellen. Negen, om heel precies te zijn. Twee daarvan waren omdat ik de fiets uit elkaar had liggen voor reparatie van de kuip. De andere zeven keer waren omdat ik aansluitend na het werk ergens naartoe moest. Toch heb ik vorige week een andere keuze moeten maken. Voor mijn werk moest ik twee dagen in Werkendam in een constructiewerkplaats zijn voor het samenstellen van een offshore constructie waaraan ik heb gewerkt. Een prettige afwisseling van het normale bureauwerk. Het vervoer van de veiligheidslaarzen, -helm, werkkleding en laptop was niet het probleem. Dat gaat prima in een Quest. Even tussendoor: leuk altijd, die reacties van collega's als je met je hele hebben en houden het kantoor binnenkomt of verlaat, en jawel 'ik ben met de fiets'.
Afijn, het vervoer van troep is geen probleem met de meeste velomobielen. De reden dat ik niet van Dordrecht naar Werkendam ben gefietst, hoewel dit minder dan de helft van mijn normale rit naar Schiedam is: de veiligheid. Nadat je net onder Dordrecht de Nieuwe Merwede per pont bent overgestoken volg je de Bandijk tot aan Werkendam. Al ruim een jaar wordt er op diverse plaatsen aan de dijk gewerkt. Op de (versmalde) dijk is geen verlichting, het wegdek is overal modderig, er zijn onoverzichtelijke bochten, de weg gaat de dijk op en af. Soms een stukje over de normale weg, dan weer een stukje noodweg. En er is (grotendeels) geen fietspad.
Het was even twijfelen, maar om zeker te weten dat ik dit berichtje zou kunnen schrijven heb ik er toch maar voor gekozen twee dagen niet te fietsen.
Tijdens mijn eerste woon-werk rit van dit jaar, via één van de gebruikelijke routes, plonsde ik pardoes in een met ijsschotsen bedekte reuzeplas op het verder voortreffelijke fietspad rond Barendrecht. In het beperkte licht van de lantarenpalen en wellicht door een gebrek aan alertheid, daags na de jaarwisseling, had ik de ernst van de situatie pas door toen ik al met mijn Quest als een ijsbreker door de stevige ijsschotsen stuiterde. 's Middags heb ik de situatie vastgelegd en thuisgekomen gemeld via het meldpunt van de Fietsersbond. Ook meteen maar een mailtje gestuurd aan Jan, voorzitter van de Fietsersbond regio Rotterdam én inwoner van de gemeente Barendrecht. Zo komen de OBT-connecties goed van pas. Of het door de melding via het meldpunt is of door Jan zijn inspanningen, dat weet ik niet, maar een weekje later stond er een klein formaat graafmachine naast het fietspad. De machinist was al naar huis toen ik langskwam maar duidelijk was dat er werd gewerkt aan een oplossing. Er is een keurige afvoerput aangelegd die afvoert naar het het iets verderop gelegen watertje. Weg plas.
Hulde aan de gemeente Barendrecht voor de snelle en gedegen aanpak.
Al een tijdje volgde ik deze interessante ontwikkeling. Als concept is het vergelijkbaar met een Schlumpf Mountaindrive maar dan met 3 versnellingen, kabelbediend en heel eenvoudig te monteren op de bestaande trapas. Tja, je kunt dan als fietstechniek enthousiasteling wel achterover leunen en afwachten maar voor deze ontwikkeling vind ik het leuk om voor het eerst eens het crowdfunding pad op te gaan.
Deze week is het zover: de campagne is gestart en de eerste bestellingen kunnen worden geplaatst. Dat heb ik dus zojuist maar gedaan. De productie moet nog starten, levering wordt pas verwacht in augustus.
Ik ben benieuwd naar het rendement, de duurzaamheid en de praktische toepasbaarheid maar ik heb gewoon maar besloten de gok te wagen en ik ben heel benieuwd wat er in augustus gaat worden afgeleverd!
Overigens zit de Rotor RS4X crankset ook weer gemonteerd en draait weer merkbaar soepeler. Dat zal misschien nog lastig kiezen worden. Gelukkig heb ik meerdere fietsen...
Met een ruime 25.000km zonder onderhoud heb ik de geadviseerde onderhoudsinterval van 5.000km van de Rotor RS4X crankset ruim overschreden. Doordat de crankset in de Quest niet blootgesteld is aan regen, modder en stof mag je aannemen dat het allemaal iets minder te lijden heeft dan op een mountainbike. Monteren en demonteren van de crankset en afstellen van de voorderailleur in de velomobiel is een rotwerkje dus ik heb het lekker lang uitgesteld maar nu moest het er toch eens van komen. Al meteen na demontage van het complete brackethuis uit de fiets is duidelijk dat onderhoud van de crankset hard nodig is: het draait allemaal behoorlijk stroef. Ik heb ik de afgelopen x duizend kilometer heel wat Watts extra getrapt. Daar gaat de winst van het systeem... Het brackethuis met de Rotor crankset heb ik een week geleden al uit de fiets gehaald en tijdelijk vervangen door een reserve brackethuis met een standaard Shimano trapas. Hoewel het allemaal niet meer zo soepel draaide mis ik de Rotor toch: ik ga gewoon duidelijk minder snel en klimmen en op gang komen kost merkbaar meer moeite. Extra stimulans dus om de RS4X crankset weer in nieuwstaat te brengen. Dat zal helemaal weer heerlijk fietsen. Om het allemaal weer in nieuwstaat te brengen ga ik verder dan het standaard onderhoud (een likje vet hier en daar) en vervang ik alle kogel- en naaldlagers. Hiervoor moet de crankset volledig uit elkaar worden genomen. Het lastigst is hierbij de eerste stap: het losdraaien van de met Loctite 243 gefixeerde linker bottom bracket cup zodat de crankset uit het brackethuis kan worden gehaald. Om te voorkomen dat de bottom bracket dopsleutel uitschiet en de aluminium tandjes van de cup vernielen, gebruik ik een wringijzer en klem dat over de bottom bracket heen vast met een lijmtang. Het brackethuis staat stevig vastgeklemd op een precies passende balk die op zijn beurt weer ingeklemd is in de bankschroef. Na verhitten van het brackethuis met een gasbrander komt met enige kracht de cup netjes los zonder dat de sleutel uitschiet.
Wringijzer vastgeklemd met lijmtang om uitschieten en beschadiging van de cup te voorkomen
Het geheel ingeklemd op een balk in de bankschroef
Nadat de crankset uit het brackethuis is gedraaid kan ik deze compleet demonteren. Voor het verwijderen van de met permanente Loctite 634 vastgezette kogel- en naaldlagers moeten de lagerzittingen worden heetgestookt met de gasbrander. De speciale gereedschappen voor het uittikken van de lagers, zoals voorgeschreven door Rotor, zijn misbaar. Een nylon hamer, wat stukjes hout en passende ronde stukjes staal (sleuteldoppen) volstaan om de lagers uit- en in de zittingen te tikken. Nadat ik de crankset volledig heb gedemonteerd en alle onderdelen schoongemaakt, poseren ze voor een foto. Op de achtergrond het chique Titanium familielid dat dit allemaal al een keertje heeft meegemaakt. Deze mag ooit nog worden verkocht maar is nog steeds de basis voor een (nog te maken) testopstelling waarmee ik wil proberen de afstelling tijdens het fietsen aan te passen in plaats van een permanente instelling door de boel met Loctite te fixeren bij montage.
Compleet gedemonteerd. Het lijkt zo bijna wel een verbrandingsmotor.
De nieuwe lagers liggen klaar voor montage, totale kosten van de lagers zijn ongeveer €80. Allemaal leverbaar via Lager-Techniek.eu. Al langere tijd had ik ook al nieuwe links liggen (de zwarte 8-vormige onderdelen), ooit op de kop getikt via Ebay. Hierin zitten ook 2 naaldlagers per link. Deze monteer ik nu ook.
4 nieuwe kogel- en naaldlagers. Nieuwe links met naaldlagers op de achtergrond
Diverse onderdelen moeten met permanente Loctite 638 worden vastgezet. De lagers moeten allemaal stevig in hun zittingen worden gemept. Hier is soms best wat geweld bij nodig. Wel met beleid, om niet op de binnenringen van de lagers te slaan. Nadat de hele boel weer is gemonteerd, hier en daar met een likje vet conform voorschriften, oogt het allemaal weer deftig en draait het weer een stuk soepeler.
Alles weer gemonteerd. Klaar voor montage in de Quest.
Wanneer ik volgende week de bovenkuip van de Quest moet demonteer om de bedrading van de richtingaanwijzers achter te repareren plaats ik de Rotor crankset weer terug in mijn Quest. Tegelijk moeten dan ook de achterwiellagers worden vervangen. Nu eerst nog een weekje trappen met de standaard trapas maar ik verlang toch elke fietstocht terug naar de Rotor.
Precies één week geleden stonden onze velomobielen uit te druipen in de warme bijgebouwen van de Honig soepfabriek in Nijmegen. Langzaam smolt de in de wielkasten opgehoopte sneeuw en wij, de stoutmoedige berijders, konden met lauwe chinees (gelukkig nog geen hond in de pot!) en warme gesprekken bijkomen van een lange, barre tocht. Hoewel de wolf zijn opmars maakt in west-Europa en ook al in ons land gesignaleerd schijnt te zijn, was dit gelukkig het enige waar we ons geen zorgen over hoefden te maken. Voor de rest waren alle sfeerelementen van het bekende liedje van Annie MG Schmidt aanwezig.
Meteen na het opstaan, zaterdagochtend 28 december 2014, schoof ik de gordijnen op een kier en wierp ik een blik naar buiten. Ik zag een helderwitte wereld. Door de wind voortgejaagde sneeuwvlokken bleven kleven tegen het glas. Precies zoals voorspeld, maar doorgaans neem ik dit soort voorspellingen met een korrel zout. Dat ik pas als laatste zou aanhaken bij de stoet velomobilisten Zuid-Holland-zuid en dat ik niet alleen naar Nijmegen hoefde te fietsen stelde mij gerust en mijn vrouw enigszins. Om twee uur haakte ik in Sliedrecht aan bij de velomobielencolonne die nu uit zeven fietsen bestond en we vervolgden de koers naar Nijmegen. We vorderden langzaam door het dikke pak rulle sneeuw op de dijkweggetjes. Koude sneeuwvlokken in je ogen is erg onaangenaam maar toen het donker werd was het dragen van een fietsbril niet langer mogelijk. In het duister stonden we stil bovenop de Waaldijk ergens voorbij Zaltbommel. Voortgejaagd door een koude wind stoven dikke sneeuwvlokken horizontaal voorbij. We zouden nog zeker drie uur verder moeten fietsen. We ploegden verder. De sneeuw stopte te vallen. De wind ging liggen. Wij vorderden langzaam. Pas na negenen zagen wij het bord Nijmegen en kort daarna de contouren van de Honig soepfabriek. Na een hartelijk welkom, een warme douche en (lauw maar heerlijk!) chinees was er nog voldoende avond over voor gezelligheid en voor het bekijken van al het fietsmoois. Het prachtige weer tijdens de Oliebollentocht 2014 zou de barre heenreis van de dag ervoor bijna hebben doen vergeten ware het niet dat juist het oogverblindend witte sneeuwdek zo bijdroeg aan een zeldzaam mooie tocht. De vrieskou zorgde voor harde aangevroren sneeuwhobbels en hier en daar verraderlijke gladheid en waardoor ook de terugrit 's avonds in aangepast tempo moest worden gereden. Na een snackstop in Zaltbommel zijn we allemaal veilig en zonder pech thuisgekomen. Met mijn kortgeleden aangeschafte ION Air Pro actiecamera heb ik wat beelden opgenomen van de heenreis en de tocht zelf. Vanwege de maximale bestandsgrootte van 100MB heb ik de resolutie wat laag moeten houden maar het filmpje dat ik gemonteerd heb (eerste oefening op dit gebied...) geeft toch een aardige impressie van de tocht:
Kort geleden heb ik na 11.000km de Schwalbe Marathon voorbanden vervangen door twee nieuwe exemplaren. Dat de oude banden na 11.000km helemaal groen zagen lag aan verkeerde uitlijning van de voorwielen hoewel ik dacht dat ik dat juist heel keurig had gedaan. Kwestie van verkeerd referentievlak. Anders hadden er zeker nog meer kilometers met deze banden ingezeten: bij de laatste OBT een Quest gezien met Marathon voorbanden, met na 12.000km nog steeds duidelijk profiel. Hoewel Marathons niet de allersnelste banden zijn heb ik toch weer gekozen voor hetzelfde type: duurzaam en door de uitstekende lekbestendigheid van deze banden ben ik het bandenplakken bijna verleerd. Dat is ook wat waard.
Tryker. Bron: Schwalbe.com
Na een paar weken met de nieuwe Marathons te hebben opgetrokken kreeg ik de gelegenheid om de Trykers uit te proberen. Als nieuwe achterband heb ik hierbij een Big Apple Plus gemonteerd ter vervanging van de Energizer Plus die na een 16.000km nog wel even meekon. Volgens de specificaties van Schwalbe zijn de Trykers duidelijk sneller dan de Marathons: lager gewicht en lagere rolweerstand. Hoewel de meningen over en ervaringen met de Trykers verdeeld zijn ervaar ik de Tryker als een comfortabele en snelle band. Mijn referentiepunt is hierbij uiteraard de Marathon waar ik de laatste 12.000km mee heb gefietst. Ten opzichte van de Marathons trek ik sneller op en haal ik hogere (gemiddelde) snelheden. Een eenvoudig testje waarmee ik de conditie van mij en mijn Quest regelmatig evalueer is de tijd die ik nodig heb om van 0 tot 40 km /uur te versnellen wanneer ik optrek na een verkeerslicht. Met de Marathons lukte dit meestal in precies 20 seconden met de fiets normaal beladen met alle benodigdheden voor woon-werk verkeer. Met de Trykers lukte dit sprintje laatst in 18 seconden waarbij ik ook nog een 5 kilo onderweg bij de boer ingeslagen groente en fruit vervoerde.
In enkele beoordelingen en ervaringen over de Trykers lees ik dat de band niet snel zou zijn. Wellicht niet echt wanneer je deze band vergelijkt met een snelle en lichte raceband. Als de duurzaamheid en lekbestendigheid van de Trykers echter vergelijkbaar blijken met de Marathons dan zal het mij tegenvallen om de net ingereden Marathons verder op te slijten wanneer de Trykers aan vervanging toe zijn. Prettig is ook de iets kleinere draaicirkel met de Trykers.
Big Apple Plus (met anti-leklaag).
Bron: Schwalbe.com
De Big Apple Plus als achterband bevalt ook goed. Duidelijk merkbaar is het 'luchtvering' effect waardoor hobbels en ribbels minder goed te voelen zijn. Een nadeel is de iets grotere breedte, ik moet een klosje hout tussen de kuip van de fiets en de wielkast plaatsen om de wielkast iets om te duwen en zo vrij te houden van het wiel. Ik ben benieuwd hoe duurzaam en betrouwbaar deze band zal blijken. De Energizer Plus was na een ruime 16.000km nog niet aan vervanging toe en is nooit lek geweest.